Hoe behandelt men een patiënt met voorkamerfibrillatie?

De initiële behandeling van een patiënt met voorkamerfibrillatie bestaat uit 2 krachtlijnen.

Enerzijds is het fundamenteel om de risico’s op trombose of een CVA te voorkomen. Hiertoe dient het bloed van VKF-patiënten vloeibaar gehouden te worden. Voor elke patiënt moet het nut van bloedverdunning afgewogen worden tegen het risico van een bloeding. De standaardbehandeling steunt op antagonisten van vitamine K (een vitamine die noodzakelijk is voor de aanmaak van stollingsfactoren in het organisme), maar het kan een complexe oefening blijken te zijn om dit tot stand te brengen en te bewaken. Er komen momenteel echter nieuwe, veiligere en wellicht gebruiksvriendelijkere geneesmiddelen op de markt.

Anderzijds is het onmisbaar om een te snel op hol slaan van het hart te vermijden, en de meest adequate medicatie te vinden om de hartfrequentie onder controle te houden.

Indien de medische behandeling niet het gewenste effect heeft en ze er niet in slaagt de VKF-aanvallen onder controle te krijgen, kan het soms aangewezen zijn een ablatie-procedure te plannen (met bijvoorbeeld radiofrequentie).