Wat houdt het elektrofysiologisch onderzoek in?

Elektrofysiologie

Het elektrofysiologisch onderzoek is een onderzoek dat de elektrische activiteit van het hart nauwkeurig meet dankzij sondes die worden ingebracht via de dij-ader (in de liesplooi).

RoomDit onderzoek is nauwkeuriger dan elk niet-invasief onderzoek (d.w.z. onderzoeken waarbij de huid niet wordt doorprikt, tenzij om bloed af te nemen of een product te injecteren) wanneer het erop aankomt de elektrische mechanismen van de hartactiviteit te bestuderen.

Het elektrofysiologisch onderzoek kan helpen bij de keuze van bepaalde medische behandelingen. Het helpt om de oorsprong van stoornissen of syncopes te begrijpen en om het nut te evalueren van de inplanting van een hartstimulator (pacemaker) bij bradycardie (hartslagvertraging), om uw hartwerking te normaliseren of het mechanisme van de tachycardieën (hartkloppingen) te onderzoeken, of om na te gaan of het mogelijk is deze te stoppen met behulp van radiofrequenties. (Wij noemen dit ablatie: het is het wegnemen van een elektrische baan en dit kan door radiofrequentie energie die een lokale verbranding veroorzaakt op het niveau van het weefsel dat verantwoordelijk is voor het mechanisme van deze tachycardieën).

In de meeste gevallen is ablatie doeltreffend en leidt ze tot volledige verdwijning of significante beperking van de symptomen. Ze kan het dus mogelijk maken de behandeling met medicatie te beperken of zelfs volledig te staken.

Houdt dit onderzoek risico’s in?

Het onderzoek is normaal pijnloos of nagenoeg pijnloos. Het wordt uitgevoerd onder lokale verdoving ter hoogte van het punctiepunt. Het belangrijkste ongemak is de verplichting om de hele duur van het onderzoek en ook nog enkele uren daarna rustig en onbeweeglijk op de rug te blijven liggen.

Er is ook een risico dat er wat lokale complicaties optreden ter hoogte van het punctiepunt (bloeding, hematoom…). De beste manier om dit te voorkomen is het been zelfs vóór het tijdstip dat voor u wordt vastgelegd, zo weinig mogelijk meer te bewegen. Ernstigere complicaties zijn uitzonderlijk (grootte orde van 0,1%). Het gaat dan bijvoorbeeld om kleine bloedklontertjes die in de bloedsomloop kunnen gaan circuleren, bloedingen in de vliezen rond het hart, of effecten op de gewone atrioventriculaire verbindingen die de inplanting van een pacemaker nodig zouden kunnen maken. Het cardiologisch team is in elk geval opgeleid om op de snelste en meest aangepaste manier te reageren. De cardiologen kunnen overigens ervoor kiezen een procedure stop te zetten om een complicatie te vermijden: liever een ingreep die onvolledig blijft, dan een extra risico te lopen.